De geschiedenis van de "Surinaamse Javanen" echter begint op 9 augustus 1890, toen de eerste immigranten voet aan
wal zetten op Surinaamse bodem. Deze immigranten brachten in hun bagage een rijke cultuur mee o.a.: adat, traditie,
religie, taal, eetgewoonten, kleding, zang, dans en muziek. Javanen hebben Suriname ook zeker veel nagelaten of ook
veel geïntroduceerd zoals bijvoorbeeld bepaalde behandelingen die met de gezondheidszorg (tukang pijet, anti
conceptie) te maken hebben, de visserij (gedroogde garnalen of wel ebbi genoemd), gebruiksgoederen (tampah, tjeting,
tenggohk, bamboe bezem, tip tip, klosoh, de schaafijskar) en bloemsierkunst (gagar majang).